Een korte inleiding tot GNU / Linux.

GNU / Linux is een modern besturingssysteem, net zoals Microsoft Windows XP, Vista en Apple OS X. De term Linux word vaak als verkorte naam gebruikt, maar is eigenlijk foutief in die zin dat linux zelf enkel de (meest gebruikte) kernel (een kernel is een basis onderdeel van een besturingssysteem) voor het GNU besturingssysteem is. Het GNU besturingssysteem heeft zijn eigen kernel maar deze is veel minder populair. Het grootste deel van het GNU/Linux besturingssysteem bestaat dus uit de GNU toolset.

De GNU Toolset.

De GNU toolset is een verzameling van vele kleinere programma’s die allemaal een specifieke rol spelen binnen een besturingssysteem. Het anagram GNU staat voor GNU is Not Unix, waarmee men doelt op het feit dat, ondanks het GNU systeem en dus ook het GNU/Linux besturingssysteem gebaseerd is op het Unix besturingssysteem, het een vrij systeem is. Werken met Unix is enorm beperkt door patenten en licentievoorwaarden maar door zijn modulaire aard kan men de onderdelen ‘vervangen’ door vrije GNU varianten. Andere besturingssystemen die op Unix gebaseerd zijn, zijn ondermeer OS X, Solaris en (Free)BSD.

Waarom Unix?

Waarom baseert men zich op een systeem van eind jaren ‘70? Het Unix bestandssysteem dat de dragende kracht is van het platform, bepaalt dat zo goed als alles een onderdeel is in een grote boomstructuur (vanuit het perspectief van het systeem). Of het nu om een tekst gaat of een toetsenbord of printer, in principe is alles een bestand. Op die manier is het systeem modulair en dus beter te beheren. Unix bestaat ook uit vele kleine (niet-interactieve) programma’s die samenwerken om taken uit te voeren. De combinatie van deze kleine programma’s bepaalt dus de functionaliteit. Dus opnieuw modulariteit. Het systeem laat ook meerdere gebruikers toe en heeft dus een zeer uitgebreid gebruikersrechtensysteem, wat van uiterst belang is voor de veiligheid bij het werken binnen een netwerkomgeving zoals bijvoorbeeld het internet.

Distributies.

Door uiteenlopende meningen en dankzij de open aard van GPL (General Public License) gelicenseerde software zijn er verschillende versies ontstaan van het GNU/Linux besturingssysteem. Zulke versies worden distributies genoemd. Eigenlijk wordt een GNU/Linux systeem getypeerd door de manier van configuratie en de meegeleverde software. Er zijn bijvoorbeeld distributies die zich specialiseren in bepaalde systeemvereisten zoals die van laptops, GPS systemen, game consoles, servers of desktop computers. Andere distributies leggen zich dan weer toe op specifieke gebruikersnoden zoals multimedia, geluidssynthesis, geografische doeleinden, forensisch onderzoek, specifieke taalondersteuning enzovoort.

Distributies worden zowel door privé-personen als door communities (mensen die via het internet met elkaar samenwerken) ontwikkeld, maar evengoed door universiteiten, overheidsinstellingen en -diensten. De meeste grote - en dus succesvolle - distributies staan echter op naam van bedrijven of zijn door bedrijven opgekocht. Bekende distributies zijn ondermeer IBM’s Redhat Linux, Novell Suse Linux, Mandriva, Debian GNU/Linux en (k)Ubuntu Linux. De meeste linux distributies stammen af, of zijn bewerkingen van deze grote distributies en delen dan ook heel wat eigenschappen met deze distributies. Er is echter een nieuwe generatie distributies die ontwikkeld wordt aan de hand van LFS (Linux From Scratch): een distributie die aan de hand van een uitvoerige handleiding van nul af aan stap voor stap een puur GNU/Linux systeem opbouwt. Deze worden dan stelselmatig aangepast aan de eisen van een modern linux systeem. Een voorbeeld van een moderne distributie is Archlinux.

Wat is de beste distributie?

Hierop is geen eenduidig antwoord te geven: de ene distributie is beter voor de ene taak, een andere is dan weer geschikter voor een andere. Ook mensen verschillen in hun voorkeur voor een bepaalde distributie. De hoofdregel is: elke distributie is in principe compatibel. Men kan dus meerdere systemen binnen dezelfde werkomgeving gebruiken zonder al te veel aanpassingen en complicaties. Het komt er dus op neer om te bepalen wat de eisen zijn die de gebruiker(s) en de omgeving stellen. Enkele belangrijke elementen in deze bepaling kunnen zijn: de middelen (De eisen die oudere computers stellen zijn anders dan de eisen van laptops, die dan weer anders zijn dan die van servers…), de gebruikers (ervaren of niet-ervaren gebruikers) en het beheer (onderschat nooit de tijd die noodzakelijk is om een systeem degelijk te beheren; kies een systeem dat voldoende door zijn gebruikers kan beheerd worden).

Wat kan ik wel / niet doen op een GNU/Linux systeem?

De mogelijkheden van het systeem zijn in zekere mate bepaald door de distributie enerzijds en het bestaan van de gewenste functionaliteit voor het GNU/Linux systeem anderzijds. Bepaalde programma’s stellen eisen aan het besturingssysteem waardoor het voor andere programma’s moeilijker wordt om te functioneren. Zoals bijvoorbeeld de specifieke aanpassingen die noodzakelijk zijn om betere beeld- of geluidsbewerking te doen. Over het algemeen is er een goede basisconfiguratie die het de meeste programma’s mogelijk maakt te werken. De vraag blijft natuurlijk of er een bepaalde functionaliteit voorhande is voor het GNU/Linux systeem. Maar dan nog blijft de vraag: is het programma dat deze functionaliteit implementeert voldoende stabiel en voldoet deze aan de eisen van de gebruiker. De meeste geavanceerde programma’s die vrij (en dus gratis) beschikbaar zijn voor GNU/Linux zijn in constante ontwikkeling en kunnen dus kinderziekten vertonen. Voor de meest voor de hand liggende noden echter, zijn er voldoende programma’s die goed functioneren. Bij programma’s voor bureautica- en multimediatoepassingen komt het er dus meestal op neer te kiezen, eerder dan te vinden. Op het internet kan men via zoekrobots zoals Google meestal snel een GNU/Linux variant vinden op een programma door te zoeken naar “programmanaam+linux”.

De General Public Licence of GPL.

GNU/Linux en de meeste programma’s (software) die beschikbaar zijn voor GNU/Linux, maar ook veel programma’s die beschikbaar zijn voor andere besturingssystemen vallen onder het GPL. Het GPL is een software licentie die ontwikkeld is vanuit het oorspronkelijke principe die gehanteerd werd bij het ontwikkelen van software: de code is vrij en beschikbaar voor iedereen. Dat wil zeggen dat iedereen de achterliggende broncode (de logische stappen die een software programma maakt) kan bekijken en, desgewenst, kan aanpassen of gebruiken in eigen software. Vanaf het moment dat computers, en dus ook besturingssystemen, buiten universiteiten gebruikt werden, kwam er al snel commerciële software op de markt waarvan de broncode niet meer beschikbaar werd gesteld aan het publiek. Dit kan aangezien broncode steeds ‘gecompileerd’ wordt - het wordt omgezet naar een taal die de computer kan verstaan. Volgens de beweging achter de GPL, de Free Software Foundation, beperkt dit de innovatie en de kennis van software. De GPL is een licentie die stelt dat niet alleen de broncode van het programma beschikbaar moet zijn, maar ook deze van elke aanpassing of derivaat. De GPL is de meest voorkomende opensource (openbron) licentie, andere licenties zijn meestal beperkingen op de GPL zoals de Lesser GPL of LGPL. Het model van openbron (opensource) ontwikkeling, waarbij een (vaak grote) groep mensen via interactieve middelen zoals het internet en speciale ontwikkelprogramma’s aan één project werkt, zoals een software programma of GNU/Linux distributie, heeft in ieder geval al verschillende vruchten geworpen. Het GNU/Linux besturingssysteem is daarvan het voornaamste voorbeeld.

Hoe ziet GNU/Linux er uit?

De grafische omgeving waarin men werkt, speelt voor veel mensen een belangrijke rol. Vaak worden de systemen OS X en Windows op het grafische vlak vergeleken. Het is nu eenmaal zo, dat de meeste gebruikers veel eisen stellen aan het gebruiksgemak dat met de grafische interface gepaard gaat. Aangezien GNU/Linux een open systeem is, zijn er dan ook verschillende grafische systemen beschikbaar. Opnieuw is de keuze aan de gebruiker en kunnen meerdere grafische systemen apart of samen gebruikt worden. Deze grafische omgevingen variëren van zeer simpele tot zeer complexe systemen, er zijn zelf mogelijkheden die ver voorbij deze van de laatste OS X gaan. Natuurlijk vragen meer mogelijkheden ook betere en dus ook duurdere hardware. Toch is het mogelijk om de meeste grafische omgevingen voor GNU/Linux zo in te stellen dat ze zelfs op oudere computers naar behoren kunnen werken.

Er zijn enkele populaire systemen die een volledige oplossing aanbieden: ze bieden een hele reeks hulpprogramma’s aan, zoals ondermeer een browser voor zowel bestanden als het internet, een tekstverwerker en allerlei programma’s voor het bekijken van foto’s, videos, teksten en het beluisteren van muziek. Deze programma’s zijn telkens ingewerkt in het systeem zodat ze herkenbaar zijn en een lagere leercurve hebben. Voorbeelden zijn KDE, GNOME en XFCE.

Leave a Reply

 

 

 

You can use these HTML tags

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>